2 gedachten over “Concept ontwerpbeheerplan”

  1. Een natuurlijk peilverloop in de Oude Zederik
    Een deel van het maaiveld is al teruggebracht naar NAP + 0,75 m. Met een gemiddelde waterstand van NAP + 0,85 m staat het maaiveld al 10 cm onder water, wat geschikt is voor het Porseleinhoen.

    De fluctuaties in het waterpeil, die ontstaan door neerslag en het wegmalen gaan gemiddeld van NAP + 0,90 m naar NAP + 0,80 m, waarna het peil zich hersteld op gemiddeld NAP + 0,85 m. Een natuurlijk peilverloop in de Zederik kan op twee manieren, te weten:

    1. Het peil verhogen naar NAP + 1,10 m waarbij het maaiveld 35 cm onder water staat. Om te kunnen maaien moet in de wintermaanden het waterpeil teruggebracht worden naar minimaal NAP + 0,70 m. Om dit te kunnen doen dienen de deuren in Meerkerk gesloten te worden, omdat anders het Merwedekanaal te laag komt te staan. Het riet kan niet lager gemaaid worden dan de hoogst gemeten waterstand van NAP + 1,10 m, omdat anders de de holle afgemaaide stengels vollopen met water en de wortels gaan verrotten, met afsterven van het riet tot gevolg.

      Na het maaien kan de stand weer verhoogd worden naar NAP + 1,10 m en kan het daarna uitzakken naar NAP + 0,85 m. Om een peil van NAP + 0,70 m voor het maaien te kunnen realiseren zal het peil ten noorden en ten zuiden van de A27 gelijk moeten zijn en afgesloten moeten worden van het Merwedekanaal. Naar mijn idee is een stuw niet geschikt om twee peilen in de Oude Zederik te regelen.
      Daarbij zal de stuw een obstakel zijn voor onder andere:
      – de afvoer van hakseloverschot,
      – het migreren van vissen en
      – te weinig beweging in het water,
        waardoor het zuurstofgehalte afneemt.

    2. Van de overige rietvelden het maaiveld gefaseerd terugbrengen naar NAP + 0,75 m. Hierbij is er voldoende hoogwater voor het porseleinhoen, ongeveer 10 cm. De Purperreiger kan zijn nest weer bouwen in overjarig riet, omdat door het onder water staan van het riet de vos minder makkelijk de nesten kan beroven. Om te kunnen maaien in de winter is het alleen nodig om de deuren in Meerkerk dicht te zetten zodat het waterpeil uit kan zakken NAP + 0,70 m. Na het maaiwerk kunnen de deuren weer open, waardoor het peil gemiddeld 15 cm boven het maaiveld staat.

      Dat is goed voor de Purperreiger en het Porseleinhoen. De fluctuaties in het peil van de Oude Zederik zullen verder niet een groot probleem zijn. Deze optie bespaart een stuw uit en het bezorgt ons geen natte voeten en er staat toch voldoende water op de rietlanden.

    Ik vind sowieso dat optie 2 onderzocht moet worden, maar misschien vind men dit een te simpele oplossing, die bedacht is zonder onderzoek van externe dure onderzoeksbureaus. In mijn geval ga ik voor optie 2 en daar ben ik niet de enige in. Waarom? Omdat drie inheemse soorten hun zin krijgen: het Porseleinhoen, de Purperreiger, en de bewoners langs de Oude Zederik.

    De Redaktie

Reacties zijn gesloten.