Terugblik 2011

Moerasontwikkeling Zouweboezem

Bron: Stichting Het Zuid-Hollands Landschap

Laymans-report-Zouweboezem_nl_Page_01
Purperreiger (Ardea purpurea). Bron: Stichting Het Zuid-Hollands Landschap (Diny Buisman)
Introductie

De Zouweboezem (258 ha) is een waardevol moerasgebied in de provincie Zuid-Holland. Het gebied is grotendeels eigendom van Stichting Het Zuid-Hollands Landschap en ligt in de gemeente Zederik. Het terrein bestaat voornamelijk uit rietvelden, waarvan een gedeelte jaarlijks in de winter gemaaid wordt en een gedeelte het karakter van overjarig rietland heeft. Er zijn veel watergangen aanwezig en verspreid in het gebied komen bosschages voor. Het gebied heeft met name een hoge waarde voor moerasvogels, waaronder de purperreiger, roerdomp, bruine kiekendief, porseleinhoen, zwarte stern, blauwborst en krakeend.

De Zouweboezem is één van de 166 Natura 2000-gebieden in Nederland. Deze Natura 2000-gebieden maken deel uit van een Europees samenhangend netwerk van natuurgebieden. Deze gebieden komen voort uit de Europese Vogelen Habitatrichtlijn. Door de aanwijzing van de Zouweboezem wordt het gebied, en daarmee de bijzondere flora en fauna, beschermd. Door de aanwezigheid van de purperreiger is De Zouweboezem aangewezen als Speciale Beschermingszone in het kader van de Europese Vogelrichtlijn. Op grond van het voorkomen van de kamsalamander en de vissoorten grote en kleine modderkruiper en bittervoorn is het gebied aangewezen als Habitatrichtlijngebied. Voor de grote modderkruiper is De Zouweboezem het belangrijkste leefgebied van Nederland. Vanwege de hoge natuurwaarden maakt het gebied ook deel uit van de Ecologische Hoofdstructuur, zowel op landelijk als provinciaal niveau.

De hoge natuurwaarden van de Zouweboezem worden bedreigd door verdroging en verlanding van het gebied. Waterriet en drijvende kraggen maken plaats voor rietlanden met vaste bodem en bosopslag. Bovendien slibben de watergangen steeds verder dicht, waardoor de watervoerendheid en de waterkwaliteit afneemt. Hierdoor nemen de broedmogelijkheden voor onder andere de purperreiger af en verslechteren eveneens de leefomstandigheden voor de (vis)soorten, waarvoor het leefgebied wordt beschermd.

Om de actuele hoge waarden te behouden en waar mogelijk te versterken zijn door het Zuid-Hollands Landschap verschillende maatregelen uitgevoerd. Voor het uitvoeren van deze maatregelen heeft het Zuid-Hollands Landschap onder andere LIFE-subsidie aangevraagd en ontvangen van de Europese Unie. LIFE is het financiële instrument van de EU om natuurbeschermingsprojecten mee te ondersteunen. Daarnaast hebben een bijdrage van Vogelbescherming Nederland, de Nationale Postcode Loterij, een subsidie vanuit het voormalige Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en nog een subsidie van de Provincie Zuid-Holland de uitvoering van het project mogelijk gemaakt.

Naar betere leefomstandigheden voor de dieren van de Zouweboezem

Het hoofddoel van het uitvoeren van maatregelen voor het Moerasgebied De Zouweboezem is gericht op behoud, herstel en ontwikkeling van de hoge natuurwaarden van het gebied, waardoor een toename in broedparen moerasvogels te zien is (met name purperreiger, roerdomp, blauwborst en porseleinhoen) en de populatie grote en kleine modderkruiper zich kan uitbreiden.

Laymans-report-Zouweboezem_nl_Page_02
Begrenzing projectgebied Zouweboezem
Uitvoeringsplan

Via een uitvoeringsplan zijn de benodigde werkzaamheden inzichtelijk gemaakt. Als voorbereiding op de uitvoeringswerkzaamheden is een uitvoeringsplan en bestek opgesteld. Via het uitvoeringsplan zijn de benodigde maatregelen afgewogen en onderzocht op haalbaarheid en zijn de nodige vergunningen aangevraagd. Tijdens informatiebijeenkomsten is met omwonenden van het gebied van gedachten gewisseld over de plannen. Aan de hand van deze informatieavonden is bijvoorbeeld besloten dat de maatregelen ten behoeve van een meer natuurlijk waterpeil geschrapt worden uit het uitvoeringsplan.

Inrichtingsmaatregelen Zouweboezem

Na het afronden van het uitvoeringsplan en bestek heeft het Zuid-Hollands Landschap de uitvoering van de werkzaamheden aanbesteed. De werkzaamheden zijn gericht op het verbeteren van de leefomstandigheden van de verschillende aanwezige dieren. Dat betekent voor de verschillende watervogels in het gebied dat er meer en betere broedgebieden en foerageergebieden zijn gerealiseerd. Naast maatregelen die speciaal voor moerasvogels zijn uitgevoerd, zijn voor de vissen en amfi tevens verschillende (kleinschalige) maatregelen getroffen.

Terugzetten successie in verruigde overjarige rietlanden

In verschillende delen van het gebied kwamen verruigde rietlanden voor, die niet optimaal geschikt zijn als broedbiotoop voor broedvogels. De verruiging wordt veroorzaakt door een in principe natuurlijk proces: jaarlijks vallen de bladeren van het riet en overige planten op de bodem waardoor de bodem langzaam ophoogt, met verdroging van de rietlanden tot gevolg. In ene verdroogd rietland komen sneller jonge boompjes op en komt er in het rietland naast het riet een steeds groter aandeel aan allerlei kruidachtige planten. Moerasvogels broeden bij voorkeur in dichte rietlanden waar de vogels tussen de dicht op elkaar staande stengels goed een nest kunnen bouwen en beschutting kunnen vinden. Het terugzetten van de successie is nodig om hiervoor weer een goede uitgangssituatie te creëren. Om dit te bereiken is de bovenlaag van deze percelen afgegraven worden tot ca. 0,75 m +NAP, net onder het gemiddelde waterpeil. Uiteindelijk is in het zuidelijk deel van het moerasgebied 3 hectare grond afgegraven en in het noordelijk deel nog eens 1 hectare. Uit volgende afbeelding blijkt dat al snel na het afplaggen van de grond weer nieuw riet begint te groeien.

Toename van overjarige rietlanden

Naast dat bestaande overjarige rietlanden een kwaliteitsimpuls hebben gekregen, is ook het areaal aan overjarig rietland uitgebreid. Een deel van het aanwezige moerasbos is hiervoor verwijderd. De bodem is verlaagd tot net onder het gemiddelde waterpeil waardoor nat rietland zicht kan gaan ontwikkelen. De uitbreiding van het overjarig rietland betekent een groter potentieel broedbiotoop voor allerlei moerasvogels. Maar niet alleen door machinale ingrepen is getracht extra overjarig rietland te creëren, ook aanpassing van het beheer kan hieraan bijdragen.

Een deel van het gebied met riet wordt jaarlijks gemaaid, zogenaamd cultuurriet, waardoor deze delen nauwelijks van waarde zijn als broedbiotoop voor moerasvogels. Op plekken waar jaarlijks riet gemaaid wordt staan de jonge stengels riet in het voorjaar, wanneer de moerasvogels nestelplaatsen zoeken, nog zo laag dat deze plekken door de vogels niet worden gebruikt. Het areaal aan cultuurriet kan worden verlaagd door een minder groot gebied jaarlijks te maaien, wat een uitbreiding van overjarig rietland tot gevolg heeft. De komende jaren zal er naar toe worden gewerkt dat de 18 hectare jaarlijks gemaaid riet terug wordt gebracht tot ca. 8 hectare. Helemaal afschaffen van het jaarlijkse maaien is niet gewenst omdat jaarlijks gemaaide rietlanden passen in de cultuurhistorie van het gebied.

Page_05
Nieuw riet en dotterbloemen op geplagde grond
Verflauwing oevers, aanleg visbaaien, vergroten randlengte rietland-water

Verspreid langs verschillende watergangen zijn oevers afgevlakt en zijn kleine inhammen gegraven. Deze inhammen zijn ondiep waardoor het water snel opwarmt en kunnen functioneren als visbaai waar jonge vis goed kan opgroeien. Ook zijn er op een aantal plekken diepe viskuilen aangelegd waar vis in strenge winters kan overleven.

Door de verflauwing van verschillende oevers is de overgang water – riet vergroot. Op deze plekken is het voor de grotere moerasvogels makkelijker om op jonge vis en amfibieën te jagen. Het creëren van visbaaien is dus niet alleen goed voor de vispopulatie in het gebied, maar komt het gehele ecosysteem ten goede door de aanvulling van het voedselaanbod.

Uitgevoerde baggerwerkzaamheden

Veel watergangen in het gebied zijn in de loop der tijd ondieper geworden door slib dat is neergedaald op de waterbodems. Bovendien is dit slib verrijkt met voedingsstoffen (fosfaat), waardoor de waterkwaliteit minder is. In het moerasgebied is zodoende 40.000 m3 slib uit verschillende watergangen gebaggerd en naar een baggerdepot afgevoerd net ten zuiden van de snelweg A27, een locatie die recent was aangekocht en waar nog geen natuurwaarden ontwikkeld waren. Nadat de bagger is ingedroogd wordt het baggerdepot zodanig ingericht dat er nieuwe natuur kan ontstaan.

Page_06
Visbaai Zouweboezem
Kleinschalige inrichtingsmaatregelen

In het noordelijk deel van het projectgebied gelegen deelgebied ‘De Boezem’ zijn kleinschalige inrichtingsmaatregelen uitgevoerd om het gebied aantrekkelijker te maken als foerageergebied voor moerasvogels en als leefgebied voor onder andere de kamsalamander. Er zijn drie poelen gegraven, sloten opgeschoond en slootkanten verflauwd. Door het aanbrengen van deze extra variatie in het gebied zullen amfibieën, denk hierbij aan de kamsalamander, en kleine zoogdieren in getal toenemen. dit heeft op zijn beurt weer een positief effect op het voedselaanbod voor de verschillende moerasvogels. Door deze maatregelen is het voormalige grasgebied dat een lage natuurwaarde kende omgevormd tot een belangrijk leefgebied voor verschillende dieren die in het moerasgebied leven.

Page_07
Realisatie van een poel in de Boezem door een hydraulische kraan (19 december 2008)
Wanneer zijn meetbare resultaten te verwachten

Vanuit haar beheerevaluatiesystematiek evalueert het Zuid-Hollands Landschap eens in de 6 jaar de voorgaande beheerperiode op basis van onder andere monitoringsgegevens. Op basis van de evaluatie wordt een nieuw beheerplan opgesteld. Voor de Zouweboezem staat dit voor 2012 in de planning. Dan zal een eerste, onderbouwde uitspraak over de resultaten van het project, lees ontwikkelingen in het gebied, gedaan worden.

Nu al zijn er enige ontwikkelingen zichtbaar: Op plekken waar rietland is afgeplagd komt er een goede ontwikkeling van vitaal rietland op gang. Daar waar bos is verwijderd en de ondergrond is verlaagd, duurt de ontwikkeling wat langer. De flauwere slootkanten begroeien goed met riet waardoor de maatregelen op verschillende plekken al het gewenste resultaat laten zien: met riet begroeide oevers waar moerasvogels goed kunnen foerageren. De ontwikkelingen lijken dus de goede kant op te gaan. Maar voor meetbare resultaten is het nog even afwachten tot de eerste monitoringsgegevens binnen zijn en geanalyseerd zijn.

Projectdetails Zouweboezem

Looptijd project: Van 1 september 2006 t/m 28 februari 2011
Totale projectbudget: € 1.653.290,-
Maximale bijdrage EC: € 622.658,-

Het bovenstaande geeft mogelijk aanleiding om de vraag te stellen of het nodig was om ruim anderhalf miljoen euro in het gebied te investeren. Het is moeilijk de kosten van dergelijke natuurprojecten af te zetten tegen wat het opbrengt. Want hoeveel is, in geld uitgedrukt, een vogelrijk natuurgebied waard. Het Zuid-Hollands Landschap meent dat iedere euro van dit project bijgedragen heeft aan het op den lange duur waardevol houden van de Zouweboezem voor moerasvogels. Als er niet nu, middels dit project ingegrepen zou zijn, dan waren de natuurwaarden op den duur dusdanig onder druk komen te staan dat er dan acute maatregelen genomen zouden moeten worden. Deze zouden dan nog omvangrijker zijn omdat het gebied dan in een nog verder gevorderd ontwikkelingsstadium zou zijn. Nu ingrijpen betekent het voor de natuur op tijd terugzetten van de successie tegen een relatief nog beperkt budget.
Dat het op het eerste gezicht toch een aanzienlijk bedrag gekost heeft is in Nederland bijna niet te voorkomen. De prijzen van uitbesteed werk liggen in Nederland op ongeveer het hoogste niveau van Europa. Daarbij komt dat het werk in de Zouweboezem vanwege de lage draagkracht van de moerasbodem speciale voorbereiding zoals het leggen van schotten vereisen waardoor het werk duurder is in de uitvoering dan graafwerkzaamheden op een draagkrachtige zandbodem. Door het werk middels openbare aanbesteding op de markt te brengen en met de aannemer over de aanneemsom te onderhandelen, kunnen de uitvoeringskosten zo laag als mogelijk beschouwd worden.

Informatie over het moerasgebied De Zouweboezem

Tijdens de uitvoering van het project is op verschillende manieren gecommuniceerd over de uit te voeren werkzaamheden en het gewenste resultaat. Tijdens de voorbereidingen van het project zijn belanghebbenden en andere geïnteresseerden geïnformeerd via voorlichtingsavonden. Tijdens deze avonden hebben de aanwezigen de mogelijkheid gekregen vragen te stellen en bedenkingen over het project te uiten. Tijdens de uitvoering van de verschillende werkzaamheden zijn de belanghebbenden geïnformeerd over het project door middel van informatiebrieven en een nieuwsbrief. Op verschillende momenten heeft de lokale pers bericht over de laatste nieuwtjes rondom de ontwikkeling van de Zouweboezem. Eind 2009 is er voor de belanghebbenden een informatiedag gehouden, waarop meerdere vaarexcursies zijn gehouden.

Bent u naar aanleiding van dit rapport nieuwsgierig geworden naar het gebied? Kijk dan eens op de website van Het Zuid-Hollands Landschap of op de website van de Zouweboezem. U kunt natuurlijk ook bellen:

Stichting Het Zuid-Hollands Landschap
Nesserdijk 368
3063 NE Rotterdam
Telefoon 010 272 22 22
www.zuidhollandslandschap.nl
www.zouweboezem.nl

Purperreigers in de Zouweboezem

Bron: Bureau Waardenburg bv

boezem

In 2002 is ecologisch onderzoek verricht naar de broedbiologie vanpurperreigers in de Zouweboezem langs de Lek bij Ameide (Zuid-Holland).

Samenvatting van de resultaten

Het onderzoeksgebied (De Boezem) is gelegen naast de Zouweboezem bij Ameide en is een voormalige bergpolder die afgegraven is en waar het waterpeil is opgezet. Het gebied is begroeid met mattenbies en andere helofyten en heeft een groot oppervlak aan plas-dras en ondiep open water. Purperreigers zijn de afgelopen decennia zeer sterk toegenomen in de Zouweboezem (inclusief De Boezem) tot 124 paar in 2002. Uit tellingen in het seizoen bleek dat gemiddeld 7 volwassen vogels gelijktijdig foerageerden in De Boezem (19 ha). De aantallen waren over de gehele dag hoog. In het begin van het seizoen foerageerden de vogels vooral in gemaaide mattenbiesvegetaties in ondiep plas dras land. In de loop van het seizen daalde de waterstand en groeiden de gemaaide gebieden weer dicht. De vogels foerageerden vervolgens meer langs randen van ondiepe sloten en plassen. De waarnemingen aan foeragerende reigers werden sterk bemoeilijkt door de dichte vegetatie. Van de weinige waargenomen prooien bleek een belangrijk deel te bestaan uit volwassen grote modderkruipers. Op gewichtsbasis werd dit aandeel geschat op 75%. Gemiddeld werd eens per drie kwartier een grote modderkruiper gevangen.

In foerageergebieden buiten De Boezem domineerden muizen in het voedselpakket. Dit werd bevestigd door de prooisamenstelling van braakballen en braaksels verzameld bij de nesten. Hierin domineerden eveneens kleine zoogdieren (62%) als prooi, met amfibieën (23%) en vis (15%) daarop volgend. De snelle en volledige vertering door reigers bemoeilijkte de prooiherkenning aanzienlijk en kan de gevonden prooisamenstelling sterk beïnvloed hebben ten gunste van het percentage zoogdieren. Tijdens de prooibemonsteringen in De Boezem, op locaties representatief voor foerageergebieden van purperreigers, bleken kleine en grote modderkruiper het meest talrijk. Op gewichtsbasis was de grote modderkruiper overduidelijk de belangrijkste vissoort. Het gebied bleek niet soortenrijk maar de soorten die er voorkwamen kwamen in hoge dichtheden voor in purperreigerhabitat. De eenmalige tellingen van jongen in de nesten duidde op een redelijk tot goed broedsucces en een goede conditie van de jongen.

De Boezem doet in abiotiek sterk denken aan een vloedvlakte van een rivier. In het voorjaar kent het een relatief hoge waterstand die in de loop van de zomer lager wordt. Bij een peil lager dan 50 cm –NAP wordt door het Hoogheemraadschap water ingelaten hetgeen in de regel in augustus het geval is. Een voordeel van deze beperkte waterinlaat is de semi natuurlijke waterhuishouding. Het systeem is geïsoleerd van het overige oppervlaktewater. Dit en de peilfluctuaties maken het gebied uniek voor pioniersoorten zoals de grote modderkruiper. Deze soort is gebaat bij weinig concurrentie met andere vissoorten en bij wateren met een venige bodem waar delen in voorkomen die zeer rijk aan waterplanten zijn waar ze zich kunnen voortplanten. De soort kan sterke opwarming of indroging doorstaan ten koste van andere vissoorten. Hoewel de soortenrijkdom in een dergelijk systeem niet hoog is, is juist de soortensamenstelling en dichtheid uniek. Elders zeldzame vissoorten zoals de grote modderkruiper kunnen hier zeer hoge dichtheden bereiken zodat ze zelfs geschikt worden als prooi voor reigerachtigen. Juist de pioniersituatie met bijbehorende vegetatie en fauna maakt het aantrekkelijk als foerageergebied voor purperreigers. Een nadeel van de jaarlijkse waterinlaat is instroom van gebiedsvreemd water waardoor de trofiegraad toeneemt. Tevens is het voor pioniersoorten beter om de waterpeilen nog natuurlijker te laten verlopen (opdroging) zodat pioniersoorten in het voordeel zijn ten opzichte van andere soorten. Het verdient dan ook aanbeveling om de waterpeilen in het gebied sterker te laten variëren.

Juist de natuurlijke dynamiek van het systeem en de isolatie ten opzicht van het oppervlaktewater maken het gebied uniek. In de meeste Nederlandse moerassystemen wordt het waterpeil tegennatuurlijk op een hoog zomerpeil en lager winterpeil gehouden. Bovendien wordt gebiedsvreemd water ingelaten en staan vrijwel alle open wateren met elkaar in verbinding. Dit heeft geleid tot een uniform type moeras waarin pioniersoorten vrijwel verdwenen zijn. Juist pioniersituaties kenmerken moerassen in natuurlijke systemen zoals vloedvlaktes en overstromingsgebieden. Dit is reeds uitvoerig beschreven voor vegetaties zoals krabbescheer en waterriet, maar geldt ook voor fauna zoals grote modderkruipers en amfibieën. Dit betekent dan ook dat in nieuwe gebieden en bestaande moerasgebieden bij de inrichting meer plaats moet zijn voor systemen met een (semi) natuurlijke dynamiek.

Zouweboezem op Wikipedia

Bron: Wikipedia

Zouweboezem is een boezem gebied bij Ameide in de Zuid-Hollandse gemeente Zederik, dat tussen 1370 en 1373 werd gegraven om het overtollige water op te vangen uit de polders in de Vijfheerenlanden.

800px-Natura2000_-_Zouweboezem

De boezem is thans een natuurgebied dat in de zomermaanden de broedplaats vormt voor diverse vogels, waaronder de snor en de bruine kiekendief. Hierdoor is het ook een zogenaamd vogelrichtlijn gebied. Een gebied met een oppervlakte van 258 ha is aangemerkt als Natura 2000-gebied.

Gesprek met ZHL

Buurtvereniging Zouweboezem heeft de eigenaar van de Zouweboezem – het Zuid-Hollands Landschap – uitgenodigd voor een gesprek en om te kijken naar percelen aan de rand van de Zouweboezem.

De regiomanager veenweiden van het ZHL, Warner Reinink, heeft de uitnodiging aangenomen en komt dinsdag 27 januari om 10:00 uur naar Sluis 15. Leden van de vereniging zijn kunnen zich aanmelden via Facebook of via E-mail.

Natura 2000

Bron: Regiegroep Natura 2000

Natura 2000: Europese topnatuur!
Samen werken aan natuurbescherming

Beleven, gebruiken en beschermen

16_1

Nederland beschermt al meer dan honderd jaar natuurgebieden. Dat gebeurt door particulieren, door organisaties als Vereniging Natuurmonumenten, de provinciale Landschappen of door de overheid zelf, bijvoorbeeld Staatsbosbeheer. De lidstaten van de Europese Unie (EU) hebben een aantal jaren geleden besloten om de natuurbescherming gezamenlijk te doen. Logisch, omdat planten en dieren zich nu eenmaal niet aan landsgrenzen houden. Denk maar aan trekvogels, die hier in de lente broeden en in het najaar weer vertrekken. Gezamenlijk beschermen is veel effectiever dan ieder land voor zich.

Ruim 160 bijzondere gebieden

De vraag was vervolgens: wát gaan we dan gezamenlijk beschermen? In EU-verband zijn afspraken gemaakt welke gebieden we gaan beschermen. Daarvoor heeft de EU een lijst van planten- en diersoorten opgesteld die zo zeldzaam zijn geworden dat ze extra bescherming nodig hebben. Om deze planten- en diersoorten goed te kunnen beschermen is het ook van belang om hun leefgebieden (habitats) te beschermen. Soms zijn gebieden op zich zo speciaal, dat ze zelf extra bescherming moeten krijgen om niet geheel te verdwijnen. Denk maar aan de zandverstuivingen.  Welke gebieden in aanmerking komen voor bescherming in EU-verband wordt bepaald door het ministerie van Economische zaken, Landbouw & Innovatie. Voor die gebieden worden aanwijzingsbesluiten opgesteld. Soms zijn het heel grote gebieden, zoals de Waddenzee, maar vaak zijn het kleine bosgebieden of heideveldjes met bijzondere en zeldzame planten- en diersoorten. Alle andere EU-landen hebben hetzelfde gedaan. In Nederland gaat het om ruim 160 gebieden. Al deze natuurgebieden samen heten het Natura 2000-netwerk.

Beheerplannen

De EU-Vogelrichtlijn en de EU-Habitatrichtlijn schrijven voor welke soorten en gebieden in het Natura 2000-netwerk beschermd moeten worden. De lidstaten hebben afgesproken dat elk land zelf mag bepalen hóe ze die bescherming regelen. Zo heeft Nederland besloten om per gebied een beheerplan te maken. De overheid (in het ene geval een ministerie, in het andere geval een provincie) maakt de beheerplannen. De overheid betrekt daarbij overigens altijd de eigenaren en gebruikers van het gebied en de lokale of regionale natuur- en belangenorganisaties. Wanneer een beheerplan gereed is, wordt het ter inzage gelegd en heeft iedereen de mogelijkheid erop te reageren. In een beheerplan staat waarom dat gebied beschermd moet worden, of het goed gaat met de natuur, welk natuurbeheer er moet worden uitgevoerd, wie dat doet en wat de kosten zijn. En ook staat er in wat er wel en wat er niet mag in dat gebied.

Wat mag wel en wat mag niet?

De ruim 160 gebieden werden in de meeste gevallen al beschermd en beheerd. Denk maar aan onze Nationale Parken zoals de Veluwe. Maakt het veel uit dat er nu Natura 2000-beheerplannen komen? Ja, in sommige gevallen verandert er wel degelijk wat. En soms zijn die gevolgen ook best groot voor betrokkenen. Volgens de EU-regels moeten de zeldzame planten- en diersoorten en leefgebieden in Natura 2000-gebieden beschermd worden tegen negatieve invloeden van menselijke activiteiten. Dat geldt ook voor menselijke activiteiten die buiten het natuurgebied gebeuren. In het beheerplan komt dan ook te staan voor welke activiteiten maatregelen moeten worden genomen om die negatieve invloed in het natuurgebied te voorkomen. Doel van het beheerplan is natuurbescherming en bedrijvigheid goed samen te laten gaan.

Omgekeerd geldt hetzelfde: misschien hebben sommige activiteiten helemaal niet zo’n invloed op de planten en dieren in het betreffende gebied. Een mountainbikeroute of wandeltocht hoeft niet altijd schadelijk te zijn voor beschermde planten, als er maar goede afspraken zijn over de paden en routes. Er wordt dus goed gekeken wat er wel en wat er niet schadelijk is voor de kwetsbare, beschermde natuur.

Beleven, gebruiken en beschermen

Het beheerplan is een plan waarin staat hoe de bescherming van natuur kan samengaan met andere activiteiten zoals recreatie en economie. Vandaar ook dat de overheid het steeds vaker heeft over drie begrippen die bij Natura 2000 belangrijk zijn: beleven, gebruiken en beschermen. We kunnen de beschermde natuur beleven. Dat wil zeggen we kunnen er in wandelen, fietsen en tot rust komen. Maar de gebieden worden ook gebruikt voor landbouw of houtteelt en de grote wateren spelen een belangrijke rol voor bijvoorbeeld scheepvaart, visserij, zandwinning en drinkwatervoorziening. En natuurlijk moeten we de natuur beschermen, net zoals Nederland dat al ruim een eeuw doet. Zodat ook generaties die na ons komen nog natuur hebben om van te genieten en te gebruiken.

Beheerplannen

Bron:
Ministerie van Economische Zaken
Beschermde natuur in Nederland:
soorten en gebieden in wetgeving en beleid

Voor elk Natura 2000-gebied moet een beheerplan worden opgesteld. Hierin staat wat er moet gebeuren om de natuurdoelen voor dat gebied te halen en wie dat gaat doen. In de meeste gevallen neemt de provincie het initiatief bij het opstellen van het beheerplan, in andere gevallen is dat het Rijk.

Stadia beheerplannen

Ontwerp-beheerplannen

Op ontwerp-beheerplannen kan een zienswijze ingediend worden, voordat de ontwerp-plannen vastgesteld worden. Hiervoor kan iedereen de relevante stukken digitaal inzien. Voor ontwerp-beheerplannen is het mogelijk om digitaal via internet een zienswijze in te dienen.

Definitieve beheerplannen

Als het beheerplan definitief vastgesteld is, kunnen belanghebbenden beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Belanghebbenden zijn (rechts)personen die rechtstreeks gevolgen ondervinden van de beheerplannen, maar dan moeten zij wel voor het betreffende ontwerp-beheerplan een zienswijze ingediend hebben, of het niet eens zijn met het definitieve beheerplan door een wijziging ten opzichte van het ontwerp.

Voor actuele informatie over de terinzagelegging voor beheerplannen kunt u terecht op de pagina Digitale inzage beheerplannen.

Basisgegevens

Bron:
Ministerie van Economische Zaken
Beschermde natuur in Nederland:
soorten en gebieden in wetgeving en beleid

n2k_105
Gebiedsnr:   105
Natura 2000: Landschap -> Rivierengebied
Status:      Vogelrichtlijn + Habitatrichtlijn
Site code:   NL9802065 (VR) + NL3004006 (HR)
Beschermd:   -
Wetland:     -
Beheerder:   Z-Holllands Landschap, Rijkswaterstaat, Particulieren
Provincie:   Zuid-Holland
Gemeente:    Zederik
Oppervlakte: 258 ha
Landschap

De Zouweboezem vormt in het Groene Hart de grens tussen de grootschalige polders van de Alblasserwaard en de kleinschaligere polders van Vijfherenlanden. Het gebied is smal, langgerekt en strekt zich van noord naar zuid uit tussen de plaatsjes Ameide (aan de Lek) en Meerkerk (aan het Merwedekanaal). De boezem bestaat uit twee vaarten, de Oude en de Nieuwe Zederik, met tussengelegen oeverlanden en slootcomplexen.
In de Vroege Middeleeuwen, vóór de bedijkingen, zorgden allerlei natuurlijke stroompjes en kreken voor de afwatering van dit komgrondengebied tussen Lek en Linge. In deze streek liepen onder meer de riviertjes Zederik (ongeveer op de plaats van het huidige Merwedekanaal) en het Lexmondwater (deels op de plek van de huidige Oude Zederik). Vanaf de 11de eeuw worden dijken gebouwd om wateroverlast te verminderen. De veenstroompjes vormden de toegangswegen voor het ontginnen van de tussengelegen polders. De Linge was in die tijd de hoofdafvoer van het water uit de hele omgeving. Stroomafwaarts traden geregeld overstromingen op, wat de reden was voor de aanleg van de Bazeldijk en Zouwedijk, aan de westkant van Vijfherenlanden, en de Diefdijk aan de oostkant. De sloten in het gebied waterden vanaf die tijd via weteringen af op de Zouwe, Zederik en Linge, die als boezems fungeerden. Hier werd overtollig water enige tijd vastgehouden alvorens te worden geloosd op de grotere rivieren.
In sommige perioden werd het water grotendeels via de Linge naar de Merwede afgevoerd (via een dam bij Arkel), in andere perioden gebeurde dit voornamelijk via de Zouwe naar de Lek (via een dam bij Sluis). In die tijd zorgde de Zouwe voor de afwatering van het overtollige water uit alle polders van het noordelijke en westelijke deel van Vijfherenlanden. Door de aanleg van het Pannerdensch Kanaal kreeg het stroomgebied van de Lek in de 18de eeuw weer met hoge waterstanden en overstromingen te kampen. In 1764 wordt besloten een nieuwe bergingsboezem aan te leggen in het westelijke deel van Polder Achthoven. De Nieuwe Zederik werd gegraven en bij Sluis werd een uitwateringssluis aangelegd. De boezem werd omzoomd met molens om het water weg te malen.
Als de Zouweboezem haar aanblik uit die tijd had behouden, zou het nu net zo’n toeristische attractie zijn geweest als de boezems bij Kinderdijk. In de 19de eeuw werden in de omgeving enkele brede kanalen gegraven, waarmee de functie van de boezem overbodig werd. Het Merwedekanaal verzorgt sindsdien de afwatering van geheel Vijfherenlanden op de Linge. Alleen de polders Achthoven en Lakerveld wateren tegenwoordig nog af op de Zouweboezem, van waar het water via een openstaande schutsluis naar het Merwedekanaal kan stromen. De boezem wordt ook gebruikt om in droge perioden water aan te voeren naar de polders.

Natuurwaarden

Ondanks zijn geringe omvang springt de Zouweboezem erg in het oog: ze ligt een paar meter boven de (ingeklonken) omgeving en heeft, in tegenstelling tot de weidse graslanden van de polders, een dichte begroeiing van Riet (Phragmites australis), zeggen, struweel en wilgenbos. Dergelijke uitgestrekte rietmoerassen komen alleen voor bij nagenoeg natuurlijk fluctuerende waterpeilen. Ze zijn in ons land, door omkering of verstarring van peilen, een zeldzaam verschijnsel geworden. Onder de waterplanten en moerasplanten bevinden zich typische laagveensoorten, zoals Grote boterbloem (Ranunculus lingua), Krabbenscheer (Stratiotes aloides) en Groot blaasjeskruid (Utricularia vulgaris). Op kleine schaal is hier sprake van habitattype 3150 (Meren met krabbenscheer en fonteinkruiden). De belangrijkste natuurwaarden van het moerasgebied moeten echter gezocht worden in de fauna.
De Grote modderkruiper heeft hier een van de grootste populaties in ons land. Onder ander in de ‘nieuwe boezem’, die in 1994 is afgegraven ten behoeve van moerasontwikkeling, zijn enorme dichtheden aan deze vissoort aangetroffen. De Zouweboezem vormt dan ook een kerngebied in het verspreidingsgebied langs de benedenrivieren.
Er zijn aanwijzingen dat de modderkruipers in de paaiperiode vanuit de omliggende poldergebieden naar de Zouweboezem migreren. De populatie van de Zouweboezem vormt een metapopulatie met dieren uit de Polders Achthoven, Bolgarijen en het Beesdsche en Lage Veld.
Naast de Grote modderkruiper zijn uit de Zouweboezem slechts weinig andere vissoorten bekend, en dan alleen in lage dichtheden. Hieronder bevindt zich het familielid Kleine modderkruiper. In de omringende polders komt de Bittervoorn voor.
Het boegbeeld van de Zouweboezem is de grote kolonie van de Purperreiger. Sinds enkele jaren is het verreweg de grootste kolonie in ons land en daarmee van geheel Noordwest-Europa. Zo werden in 2006 meer dan 170 nesten geteld, ruim een kwart van de Nederlandse populatie.
Het succes is mede te danken aan het optimaal beheer van het omringende polderland als foerageergebied voor de Purperreiger, gericht op de belangrijkste prooi van de soort, de Grote modderkruiper. Ook voor andere moerasvogels is de Zouweboezem belangrijk. Zo bevindt zich hier een kolonie zwarte sterns en broeden in het overjarig riet veel snorren. Daarnaast leven hier Blauwborst, Roerdomp en Rietzanger. In jaren met een hoge waterstand aan het begin van de zomer weerklinkt in de nachtelijke uren geregeld de zweepslag van het Porseleinhoen. Het omvangrijke moerasgebied met ondiepe waterpartijen is voor winter- en trekvogels van belang, waarbij vooral het talrijk optreden van de Krakeend in het oog springt. In de wintermaanden zijn Blauwe kiekendief en Waterpieper aanwezig.
Polder Achthoven is van belang vanwege Blauwgrasland (Cirsio dissecti-Molinietum). Dit habitattype 6410 staat in heel Nederland sterk onder druk, waarbij de situatie in het veenweidegebied nog ernstiger is dan in beekdalen. Polder Achthoven is een van de weinige locaties in Laag Nederland waar mogelijkheden bestaan om dit habitattype uit te breiden. Het type komt hier voor op veenbodem, waarvan de klei is afgegraven. Kenmerkende soorten zijn Spaanse ruiter (Cirsium dissectum), Kleine valeriaan (Valeriana dioica) en – een enkel polletje – Blonde zegge (Carex hostiana). Opvallend is het ontbreken van Pijpenstrootje (Molinia caerulea) in de begroeiing. Op een geplagd stukje grasland is recent weer het Veenmelkviooltje (Viola persicifolia var. persicifolia) aangetroffen, dit na een afwezigheid van tientallen jaren. Veel van de oude glorie als weidevogelgebied is helaas verloren gegaan. Van de kritische soorten hebben alleen Tureluur en Grutto zich weten te handhaven.