Reactie op concept afwegingskader

Van: Jan Willem den Hartog [mailto:jwdenhartog@hotmail.com] 
Verzonden: zondag 29 november 2015 9:57
Aan: Arno van der Ham
Onderwerp: Re: Concept afwegingskader Natura 2000 gebied Zouweboezem

Beste Arno,

Sorry voor mijn late reactie, maar ik heb misschien toch nog wat toevoegingen voor jullie fantastische inzet in deze moeilijke en droge kost. 41 kantjes ook wel goed voor de natuur.

1.1

  • 150 broedparen purperreigers, wel heel oude gegevens denk ik (max 10 stuks nu)
  • vernatting van de rietvelden, ik ben nog altijd van mening dat een rietveld een drijvend lichaam is op de veengronden en dus gewoon meebeweegt met de waterstanden. (Misschien moeten we dit eens aantonen d.m.v. metingen.)

1.3

  • info verstrekking, niets vernomen van de instantie’s
  • provincie laatste brief voor een inloopavond 22/23-2-2010 heb ook gebruik van gemaakt, maar nooit een reactie op terug gekregen.
  • ZHL, Gemeente Zederik, Waterschap zijn alle in gebreke gebleven.

2.2

  • Bediening sluisdeur, volgens mij sluiten de deuren in de andere richting.

3.11

  • 7 km broedgebied voor 5 paren porseleinhoen, volgens mij kan dit wel anders opgelost worden, door bv gedeeltelijke verhogingen binnen het gebied.

3.12

  • Waar men hier aan voorbij gaat is dat een mislukt project van het ZHL door het waterpeil te verlagen omstreeks 2003/2004 tbv de modderkruiper volledig uit de hand is gelopen.
    Gevolg massale vis en eendenstrefte als gevolg van alg en botulisme, men ziet in deze jaren ook een terugval bij de porseleinhoen en de purperreigers dank zij bemoeienis van het ZHL.
    (Stapt men ook in de grafiek peilbeweging overheen, verwijzing droge zomer bij punt 5.3.)

3.21

  • Strekte dijken, moet men dit niet eerst aantonen en zorgen dat dit in orde is,of word het mosterd na de maaltijd.

3.31

  • Grondwater/kwelwater, men benoemd hier kleilagen, volgens mij is t.p.v. van 14 meter veen aanwezig waar de Zouwedijk als een drijvend lichaam op ligt, gevolg kwelwater zal toenemen
    binnendijks (heb evt. nog een sonderingsrapport)

3.41

  • Hier word wel erg gemakkelijk overheen gestapt.
  • Ophogen is maar een tijdelijk optie gezien het nog harder zal verzakken.
  • Tevens staat men hier niet stil bij het feit voor de gevolgen van de flora, boomwortel verrotten ed.
  • Aanwezige opstallen, bestratingen, tuinaanleg ed worden ook niet benoemd, of denk men dat alles simpelweg grasland is.

5.3

  • zie opmerking bij punt 3.12

Groet,
Jan Willem

Ps. Sterkte in de strijd, nogmaals jullie doen fantastisch werk.

Verslag bestuursvergadering

Maandag 16 februari zijn we als kersvers bestuur van de buurtvereniging voor het eerst bij elkaar geweest.

Behalve wat administratieve zaken, zoals de oprichtingsakte van de vereniging, de inschrijving in de Kamer van Koophandel en de ledenadministratie hebben we het gehad over onze communicatie met onze Facebook pagina, onze nieuwe website en de gesprekken die we gehad hebben met:

  • Heemraad van Waterschap Rivierenland Arie Bassa,
  • Wethouder van gemeente Zederik Goof Bos en
  • Projectleider van het Zuid-Hollands Landschap Warner Reinink.

Aan de orde kwam dat de belangrijkste spelers voor het beheerplan van de Zouwboezem van de Provincie Zuid-Holland nog niets van zich hebben laten horen.

We zetten hier een tandje bij en zorgen dat iedereen weet dat de Bewonersverening Zouweboezem tegen een damwand in de Zederik en een peilverhoging in de Zouweboezem is.

Ook hebben we een goed contact gelegd met SIMAV, de stichting met de lange naam: “Stichting tot Instandhouding van Molens in de Alblasserwaard en de Vijfheerenlanden”.

Deze stichting zit al langer in de project- en adviesgroep Natura 2000-beheerplan Zouweboezem en is ook tegen peilverhoging.

Tot zover dit verslag.

Het bezoek van het ZHL op dinsdag 27 januari

Het bezoek brengt aan het licht dat het ZHL het peil graag omhoog wil, maar op een ander tijdstip. Namelijk nadat het riet is gemaaid en in het broedseizoen van de purperreiger. Als het rietland onder water staat dan zal dit de vossen ervan weerhouden om naar de nesten van de reigers te gaan om daar prooi te vangen.

Normaal hebben purperreigers een nest van enkele tientallen cm hoog tussen rietstengels gebouwd, hoog genoeg om geen last te hebben van een peil dat het rietveld onder water zet.  Maar omdat roofdieren zoals de vos bij de gemiddelde waterstand over de rietvelden kunnen lopen en de nesten kunnen plunderen zijn de reigers uit noodzaak, in de bomen nesten gaan bouwen.

Page_05
Nieuw riet en dotterbloemen op geplagde grond

De rapporten en de visies van diverse instanties zijn aardig verschillend:

Terwijl in één rapport staat: om het peil in oktober door natuurlijk verloop (regenwater dat niet wordt weg gemalen) te laten stijgen en pas in het voorjaar te laten zakken tot het gemiddelde peil.

Zegt de ander: omhoog vanaf de maaitijd tot eind van het broedseizoen.

Dit zijn dus al twee verschillende visie’s over het peil, wat niet wegneemt dat in alle gevallen het water voor een bepaalde tijd op 110 cm + NAP komt te staan, wat voor ons veel te hoog is.

Mijn vraag aan het ZHL: als over een aantal jaren het wortel pakket weer dikker is geworden dan zal die 110 cm + NAP niet meer voldoende zijn om het riet onder water te kunnen zetten, en dat we dan weer het zelfde probleem hebben.

Antwoord van het ZHL: Dat is inderdaad zo, en dat er dan toch afgeplagd moet gaan worden.

Mijn idee:  Is een optie waar ik nog geen van de tegenpartijen over heb gehoord, zij onderzoeken opties die vreselijk veel geld kosten of die bijna niet uitvoerbaar zijn. Een andere oplossing zou kunnen zijn, sowieso het riet afplaggen.

Net voor aanvang van het maaiseizoen, het peil verlagen, dit kan door de sluisdeuren in meerkerk dicht te zetten (ze staan in ieder geval al de goede kant op) en na het maaien, kan het peil weer omhoog zodat het riet weer onder water staat.

Is nog een veel goedkopere oplossing ook, want afplaggen moet  toch gebeuren, is het niet nu dan over een paar jaar. Het geld voor de bouw van een stuw kun je dan gebruiken om de sluisdeuren te restaureren zodat ze beter sluiten.

Ik vind een stuw ook helemaal niet in het cultuur historisch landschap van de Oude Zederik passen, en het gebied blijft één geheel van Meerkerk tot Sluis.

En de Oude Zederik blijft het grootste deel van het jaar toegankelijk voor kleine vaartuigen, van het Merwedekanaal tot Sluis. Zodat het gebied toegankelijk blijft (één van de voorwaarden van een Natura 2000 gebied) voor het publiek.

Peil Zouweboezem in streefpeilbesluit Linge

Bron: Waterschap Rivierenland
Update: Nieuw streefpeilenplan Linge

LingePand14

Kenmerken gebied

Lingepand 14 is het meest benedenstrooms gelegen pand. De Linge volgt tot aan Gorinchem haar natuurlijke loop en langs de Linge zijn uiterwaarden aanwezig die onder invloed staan van het peil dat in pand 14 is opgelegd. Vanaf Gorinchem stroomt de Linge via het Kanaal van Steenenhoek verder, waar het vervolgens bij Hardinxveld via het Kolffgemaal uit komt in de Boven Merwede. Het Kolffgemaal heeft een capaciteit van 60 m³/s, hiervan wordt 15 m³/s bepaald door de afvoer voor Vijfheerenlanden (via het Merwedekanaal). In droge perioden kan het Kolffgemaal tevens water inlaten.

Langs de Linge zijn enkele aanliggende gronden aanwezig die onder invloed staan van het peil dat in pand 14 is opgelegd. De functie natuur speelt in dit pand een belangrijke rol in het gebruik van de uiterwaardgronden. Het gebruik van de overige gronden is met name agrarisch en recreatief van aard. Ook een deel van de bebouwing van Geldermalsen, Leerdam en Gorinchem staan onder invloed van het peil dat in pand 14 wordt opgelegd. Nabij Leerdam en Kedichem maakt het pand deel uit van een VHR-gebied. Bij Leerdam is eveneens een ecologische verbindingszone aangewezen.

Vastgestelde peilen

Zomerpeil:          0,80 m
Winterpeil:          0,80 m

Praktijk peilen (behoudens extremen)

Maximaal:           0,90 m
Minimaal:            0,80 m

Het maximaal gehanteerde peil is hoger dan het vastgestelde peil, omdat vanuit de landbouw meer aanvoer gevraagd wordt.

Gewenst vanuit afvoer en aanvoer

Peil ten tijde van aanvoer:          verhoging van het huidige peil
Peil ten tijde van afvoer:             handhaving van het huidige peil

Gewenst vanuit natuur/kwaliteit

Het beleid ten aanzien van natuur staat voor het tegengaan van verdere verdroging. Verlaging van de peilen is daarmee vanuit natuur niet gewenst. Het is wenselijk (onder andere van uit de VHR) een natuurlijke dynamiek te handhaven.

Vanuit de VHR moet het beheer zich richten op de bescherming van vogels en de instandhouding van de natuurlijke habitats en wilde flora en fauna. De genoemde richtlijnen hebben betrekking op de gebieden Diefdijk-Zuid en Zuider Lingedijk. Hier worden onder andere de kamsalamander, bittervoorn, kleine en grote modderkruiper aangetroffen.

Gewenst vanuit landbouw/bebouwing

De gemiddelde maaiveldhoogte van landbouwgebieden bedraagt circa NAP +2,70 m, de drooglegging is circa 2,00 m. Gezien de grote drooglegging is een peilverhoging wenselijk. Het theoretisch maximale peil dat met waternood is bepaald, bedraagt echter NAP +0,85 m. Hieruit blijkt dat een peilverhoging niet wenselijk is. Voor de bebouwing is de drooglegging voldoende. Op enkele plaatsen ligt de bebouwing echter dicht bij de Linge. Hier is de drooglegging beperkt.

Gewenst vanuit scheepvaart/recreatie

Indien het peil in de Boven Merwede lager is dan NAP +0,75 m is in de Linge geen scheepvaart meer mogelijk. Het Kolffgemaal bij Hardinxveld kan water inlaten, inpompen, uitmalen en spuien. Bij een peil hoger dan NAP +1,2 m bij Asperen (benedenstrooms van de Julianastuw) is scheepvaart ook niet meer mogelijk. Ten behoeve van de doorvaarbaarheid is een peilverlaging niet wenselijk.

De inrichting en oeverbeschoeiing langs het meest benedenstrooms gelegen pand is gesteld op een hoogte van NAP +1,05 m. Dit is gebaseerd op een peil van NAP +0,80 m en een toegestane vaarsnelheid van 7,5 km/uur (voor recreatie- en beroepsscheepvaart), hierbij treedt een golfslag van 25 cm op. Bij verhoging van het peil (bij de huidige toegestane vaarsnelheid) kunnen de oevers beschadigd raken als gevolg van golfslag. Een verlaging van de vaarsnelheid kan dit eventueel voorkomen. Een verlaging van circa 7,5 km/uur naar 6 km/uur betekent een vermindering van de golfslag met circa 20 cm. Voor de scheepvaart is een peilverhoging niet wenselijk. Dit geldt met name in de zomer en het najaar wanneer sprake is van relatief veel recreatievaart.

Lingepand 14 heeft een zeer belangrijke bergingsfunctie, die niet aangetast mag worden door een eventuele peilverhoging. Vanuit de berging is het daarom niet wenselijk het peil te verhogen.

Peilafweging

Er zijn in dit pand diverse aspecten die een peilverandering onwenselijk maken. Zo is vanuit de bergingsfunctie en een deel van de woningbouw een peilverhoging onwenselijk. Een peilverlaging levert problemen op voor de scheepvaart en is niet wenselijk vanuit natuur en de landbouw.

Voorgesteld wordt het huidige peil te handhaven, met als aanvulling een marge van 10 cm naar boven in het voorjaar. Dit betekent niet een volledig ‘natuurlijk’ peilbeheer, maar wel een hoger peil in het voorjaar. Met name dit laatste is vanuit ecologisch oogpunt belangrijk. De restrictie is dat er geen sprake is van extreme neerslag in het vooruitzicht of dat er sprake is van een zeer natte periode. In dit geval zal hier op geanticipeerd worden door het peil in te stellen op het streefpeil van +0,80 m, zodat de berging maximaal is. In feite wordt met dit voorstel de huidige situatie geformaliseerd.

Opmerkingen

  • Het streefpeilbesluit dat voor de Linge wordt opgesteld is van een andere aard dan de peilbesluiten die doorgaans worden Voor poldergebieden vormt bijvoorbeeld de drooglegging van landbouwgronden die bediend worden door het oppervlaktewater een belangrijke peiler voor het peilbesluit. Voor de Linge is drooglegging niet van primair belang, maar ligt de nadruk op de waterloop zelf. De aan- en afvoer van water zijn de belangrijkste functies van de Linge. Dit is van invloed op de peilafweging
  • Aanvoerpeil ligt tussen van NAP +0,80 en +0,90 Tussen deze grenzen is er in principe altijd voldoende aanvoer van water mogelijk. Bij extreme watervraag kan peil worden opgezet tot het maximum
  • Voor het afvoerpeil wordt het huidige winterpeil De bergingscapaciteit blijft daarmee behouden
  • Gezien de lengte van pand 14, is er sprake van een bepaald peilverloop in het Het verloop van het peil is sterk afhankelijk van de situatie. Indien er geen afvoer plaatsvindt, is er in het pand geen verloop in het peil. Bij een (normale) afvoersituatie treden globaal de volgende peilen op:
    – NAP +0,70 m bij Hardinxveld
    – NAP +0,80 m bij Gorinchem
    – NAP +0,90 m bij Geldermalsen
    Deze peilen gelden alleen tijdens afvoer (spuien en/of pompen).
  • De natuurlijke dynamiek die wordt ingebracht met de tijdelijke verhoging in het voorjaar, komt ten goede aan de VHR-gebieden en ecologische Verdere verbetering van deze gebieden en kan bijvoorbeeld bereikt worden met inrichtingsmaatregelen (aanleg natuurvriendelijke oevers). Waar mogelijk wordt dit in diverse projecten meegenomen
  • Voor het Kanaal van Steenenhoek is een maximum peil van NAP +2,44 m Rekening houdend met de voorgestelde marges rond de aanvoer- en afvoerpeilen, zal dit peil (buiten mogelijke extreme omstandigheden) niet overschreden worden
  • Een verlaging van het peil kan ongunstig zijn voor archeologische en cultuurhistorische waarden. In pand 14 worden de huidige praktijkpeilen niet gewijzigd en door de peilen strikter te handhaven, zal over het algemeen de peilafwijking en dan met name het uitzakken van de peilen minder aan de orde zijn. Hierdoor zal de situatie niet verslechteren voor archeologische en cultuurhistorische waarden

Stuwpeilen en verhang

De genoemde streefpeilen gelden als gemiddelde peilen in het midden van het pand in een afvoer- of aanvoersituatie. Als gevolg van natuurlijk verhang binnen een Lingepand zal de waterstand bovenstrooms in het pand hoger en benedenstrooms bij de stuw lager zijn dan het gestelde streefpeil. Uit de huidige meetgegevens blijkt dat het verhang binnen de panden over het algemeen varieert tussen 0 en 10 cm.

Bij pand 14 zal het peilverloop binnen het pand anders zijn dan bij de andere panden. Bij een wateraanvoersituatie wordt de hoeveelheid in te laten water er op gestuurd dat er geen water meer over de laatste stuw wegstroomt. Dit betekent voor pand 14 dat er geen water wordt uitgelaten. Het peil is dan in het hele pand gelijk, er is geen verhang in deze situatie. Bij een waterafvoersituatie is er wel sprake van een verhang. Door de lengte van het pand is het peilverschil tussen bovenstrooms en benedenstrooms groter dan bij de andere panden. In een normale afvoersituatie bedraagt dit peil ongeveer 20 cm. Dit betekent dat het benedenstroomse peil 10 cm onder streefpeil (NAP +0,70 m) ligt en het bovenstroomse peil 10 cm boven streefpeil (NAP +0,90 m).

In de huidige situatie worden bij een peil van NAP +13 m of hoger bij Lobith de stuwen Krakkedel, Karbruggen, Kraaienstraat en Rijksweg op zomerpeil gezet in verband met het tegengaan van kwel. Voorgesteld wordt deze maatregel te handhaven bij het nieuwe streefpeilbesluit en bij het genoemde peil bij Lobith de stuwen op aanvoerpeil in te stellen.

Analyse peilen

  • Oppervlakte pand 14 is 1500 ha
  • Gemiddelde maaiveldhoogte is NAP +2,60 m
  • Percentage landbouw/fruitteelt is 30% / 9%
  • Maaiveldhoogte landbouw: NAP +2,70 m
  • Percentage bebouwd gebied is 16%
  • Maaiveldhoogte bebouwd gebied: NAP +4,45 m
  • Percentage bos en natuur is 23%
  • Maaiveldhoogte bos en natuur: NAP +1,37 m
  • Hoogte oever pand 14 is NAP +1 à 2 m

Opmerkingen van de Buurtvereniging

Terugblik 2012

Reservaat Zouweboezem,
peilgebied Boezem Vijfherenlanden

Bron: Waterschap Rivierenland

PeilbesluitVijfheerenlanden
Peilbesluit Vijfheerenlanden

Notitie: Wensen ZHL
t.a.v. peilen 2012
Datum: Januari 2012
Opgesteld door:
Warner Reinink
i.s.m. Rene Garskamp
Bedoeld voor:
Waterschap Rivierenland

In deze notitie zijn de wensen van het Zuid-Hollands Landschap weergegeven t.a.v. de peilen in de reservaten van het Zuid-Hollands Landschap in de regio Vijfheerenlanden. Per reservaat is de huidige en gewenste situatie weergegeven en een motivatie waarin duidelijk wordt gemaakt waarom het gewenste peil belangrijk is.

Huidige situatie

Min. peil: 0,85
Max. peil: 1,20

 

Dit reservaat kent geen eigen waterpeil en maakt deel uit van een groter peilgebied. Er is een rechtstreekse verbinding met het Merwedekanaal. Buiten het ZHL om is het waterpeil gewijzigd in een nog ongunstiger peil van slechts 0,80 +NAP.

PeilbesluitAlblasserwaard
Peilbesluit Alblasserwaard
Algemeen

De Zouweboezem is een zeer belangrijk reservaat van het Zuid-Hollands Landschap in de Vijfheerenlanden. Het gebied is vooral bekend vanwege zijn moerasvogels waaronder de grootste kolonie purperreigers van Noord/west Europa. De hoge natuurwaarden van het gebied hebben er toe geleid dat het gebied is aangewezen beschermd natuurgebied van internationaal belang, de Natura 2000 status. Tevens is de Zouweboezem vanuit de Provincie aangewezen als TOP-gebied en Waterparel (Provinciaal Waterplan Zuid-Holland 2010-2015). Het belang van het gebied wordt dus op diverse niveaus en vanuit diverse disciplines onderkend. Ook het naastgelegen reservaat Achthoven is in het N2000 gebied opgenomen. Belangrijkste waarden in dit deel worden gevormd door het aanwezige blauwgrasland.

Echter; De afgelopen jaren is in de Zouweboezem het meest cruciale onderdeel van het systeem gewijzigd, het waterpeil is flink lager geworden dan voorheen. Het gevolg is dat het gebied verdroogd en verruigd en dat een aantal beschermde en bedreigde soorten achteruit gaat of zelfs als broedvogel uit het gebied zijn verdwenen! Gezien de doelstellingen, de beschermde status van het gebied en de beschermde status van de bijbehorende soorten zal er dus actie ondernomen moeten worden.

Overzicht ontwikkelingen recente verleden
  • Oude peilbesluit: laag peil: 0,85 + NAP, hoog peil: 1,20 +
  • Enkele jaren terug is het peilgebied gekoppeld aan het Merwedekanaal en het peilbesluit teruggebracht tot een vast peil van 80 + Het Zuid-Hollands Landschap is hier niet van op de hoogte gesteld, ook is deze besluitvorming. Uiteindelijk komt het Zuid-Hollands Landschap hiervan pas in het voorjaar van 2011 op de hoogte doordat ze een gesprek heeft aangevraagd met het Waterschap.
  • In de praktijk is de waterstand vaak nog lager dan 80 +
  • In Meerkerk wordt de sluis die de Zouweboezem met het Merwedekanaal verbindt teruggebracht tot 1 Deze sluisdeuren zijn middels een ruime ketting met elkaar verbonden zodat ze met laag water op het Merwedekanaal de boezem afwateren, maar met hoog water op het Merwedekanaal, sluiten de deuren zich vanwege het drukverschil en profiteert de Zouweboezem niet mee. De Zouweboezem verdroogt.
  • 2007-2010: In samenspraak met het Waterschap wordt er met Europese gelden een omvangrijk herstelproject uitgevoerd in de Zouweboezem ter verbetering van het Een onderdeel is het afplaggen van rietlanden en het verwijderen van bos, ter verbetering van de rietkwaliteit. Voorwaarde voor een goede ontwikkeling is een juist peilbeheer.
  • 2008-2011 Effecten verslechterd waterbeheer worden zichtbaar in het gebied:
    • Kwaliteit en dichtheid riet gaat achteruit, dit wordt onder andere duidelijk doordat de rietmaaiers in het gebied jaarlijks snel minder bossen oogsten van hetzelfde oppervlak.
    • Rietland verruigt en de houtopslag neemt toe
    • Ook het oppervlakte riet neemt In januari 2012 meldt een van de rietsnijders dat de grens van zijn jaarlijks gemaaid rietperceel de afgelopen paar jaar met 60 meter is teruggedrongen ten gunste van ruigte.
    • De purperreigers zijn als bodembroeder vrijwel verdwenen en zijn noodgedwongen in struiken en bomen gaan nestelen, het aantal is achteruit gegaan.
    • De roerdomp is inmiddels verdwenen als broedvogel.
    • Op de hooilanden doet haakveenmos zijn intrede, hetgeen duidt op verzuring doordat de percelen teveel van het oppervlaktewater zijn De bijzondere vegetatie die gebaat is bij inundatie van meer basenrijk water neemt hierdoor af.
  • Voorjaar 2011; tijdens een overleg tussen het Waterschap en het Zuid- Hollands Landschap wordt afgesproken de geconstateerde problemen op te pakken met het opstarten van het nieuwe peilbesluit Vijfheerenlanden en het opstellen van het N2000-beheerplan Zouweboezem.

Conclusie: Het huidige peilbeheer in de Zouweboezem is dusdanig slecht geworden dat de kwaliteit van het gebied hard achteruitgaat. Ondanks het feit dat het gaat om een gebied van internationaal belang, hetgeen terug te zien is in verschillende beleidsstukken, plannen e.d. en het voorkomen van allerlei beschermde soorten, is het peilbeheer tot nog toe alleen maar ongunstiger geworden. Verbeteren van het peilbeheer is van cruciaal belang en moet op zo kort mogelijke termijn opgepakt worden.

Ideaalbeeld

Het peil in een ecologisch gezond moerassysteem zou de fluctuatie van het neerslagoverschot moeten volgen. Dus in de loop van de winter een steeds verder oplopend peil, waardoor in het voorjaar grote delen van het gebied geïnundeerd zijn. In de loop van het groeiseizoen neemt de verdamping toe, waardoor het waterpeil daalt, gronden droogvallen en zuurstof opnemen. Dit is een ideale situatie voor de ontwikkeling van helofytenvegetaties. Het mag duidelijk zijn dat dit in de Zouweboezem niet reëel is. Wel is het van belang het peilbeheer zo veel mogelijk op het natuurlijke model te laten lijken.